Taal

Taaltip: te allen tijde

Om een zo COVID-veilig mogelijk event te kunnen organiseren, is het aanbevolen om te allen tijde een zicht te hebben op het aantal aanwezige bezoekers. – Covid Event Risk model

Op de tweede woensdag van de maand kan je hier terecht voor een taaltip: een laagdrempelige uitleg over een grammaticaal onderwerp.

Laagdrempelig, omdat ik je hier geen grote brokken grammatica ga uitleggen. Aan de hand van concrete voorbeelden leer ik je iedere maand een klein beetje bij over het correcte gebruik van de Nederlandse taal.

Vandaag wil ik één uitdrukking bespreken, die heel vaak voorkomt in geschreven tekst: te allen tijde.

Deze uitdrukking heeft heel veel foutieve broertjes en zusjes: ten allen tijden*, te allen tijde*, ter aller tijde* en ga zo maar door.

"Te allen tijde" is de enige correcte vorm. De andere varianten zijn foutief.

Helaas kom je de foute varianten misschien wel vaker tegen dan de enige correcte variant: te allen tijde. Zo is het natuurlijk moeilijk om je de juiste vorm eigen te maken.

Een oude naamvalsvorm

Wie vroeger Duits gehad heeft op school, herinnert zich vast en zeker nog de naamvallen. Die zijn bijzonder, want hoewel Nederlands en Duits best wel veel met elkaar gemeen hebben, heeft het Nederlands die naamvallen niet.

Niet meer, moet ik eigenlijk zeggen, want lang geleden vond je ook in het Nederlands wel degelijk naamvallen terug. Hiervan vinden we nog verschillende restanten, overblijfselen terug in ons huidige taalgebruik:

  • Hij zou me één dezer dagen opbellen om me hier meer over te vertellen.
  • Van harte gefeliciteerd met je nieuwe job!
  • Ze schrok zo hard dat ze ter plekke flauwviel.

Te allen tijde is ook zo’n restant:

Je kan te allen tijde opgebeld worden om te controleren of je wel aan het werk bent.

Het verschil tussen te, ter en ten

Dat kan allemaal wel zijn, hoor ik je denken, dat “te allen tijde” een oude naamvalsvorm is, maar dat is ten alle tijde* dan toch ook? Inderdaad. Net als alle andere vormen die ik daarnet als foutief bestempeld heb.

Waarom is het dan toch te, en niet ten of ter? De afbeelding hieronder legt het uit: de vormen ten en ter zijn ontstaan uit een samenstelling van tot of te met een lidwoord. Het gaat hier niet om de of het, maar om den of der. We kennen deze lidwoorden nog uit de uitdrukkingen in den beginne en de laatste der Mohikanen.

Ter kan dus alleen als het ter vervanging dient van tot/te + der. Ter vervanging is een uitstekend voorbeeld van dit gebruik.

Ten kan alleen in de plaats van tot/te + den. Enkele voorbeelden hiervan:

  • Ten aanval! (= tot den aanval!)
  • Ten gronde richten (= tot den gronde richten)

Vind je het moeilijk om dit aan te voelen door de oude lidwoorden? Bedenk dan eens wanneer je in het hedendaags Nederlands een lidwoord plaatst. Welke van de twee onderstaande zinnen is correct?

  • Ik heb de alle tijd van de wereld.
  • Ik heb alle tijd van de wereld.

Inderdaad, de zin zonder lidwoord. En daarom gebruiken we de te-vorm in te allen tijde: er is geen samenstelling met een lidwoord.

Nog een laatste tip

Vind je het nog steeds moeilijk om de juiste vorm te onthouden? Dan heb ik goed nieuws voor je! Want hoewel te allen tijde vaak gebruikt wordt in geschreven teksten, klinkt de uitdrukking toch een tikkeltje archaïsch. Zeg nu zelf, zou je het ook gebruiken in spreek- of chattaal?

Ik denk het niet. Dus daarom de ultieme tip: vervang te allen tijde gerust door het veel eenvoudigere altijd!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *